Kennisbank

Recentelijk heeft het kabinet op 9 april 2026 de koers rond het werken met zelfstandigen nader uiteengezet. De belangrijkste boodschap voor opdrachtgevers is dat inzet van ZZP’ers mogelijk blijft, maar dat de nadruk op handhaving en juiste kwalificatie van arbeidsrelaties onverminderd blijft bestaan.

Het kabinet wenst onderdelen van eerdere wetgeving aan te passen en de kern van het beleid verandert niet. De inzet van zelfstandigen blijft juridisch mogelijk, mits deze zorgvuldig wordt ingericht en goed kan worden onderbouwd.

Drie beleidslijnen blijven ongewijzigd

Het kabinet blijft werken langs drie hoofdlijnen:

  • Een gelijker speelveld tussen werknemers en ZZP’ers;
  • Meer duidelijkheid over wanneer sprake is van werknemerschap;
  • Structurele handhaving op schijnzelfstandigheid.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat het risico op her-kwalificatie naar een arbeidsovereenkomst blijft bestaan wanneer de feitelijke uitvoering van werkzaamheden onvoldoende aansluit bij zelfstandig ondernemerschap.

Rechtsvermoeden onder € 38,- (excl. btw) per uur

Een belangrijke ontwikkeling is de invoering van het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een uurtarief onder € 38,- exclusief btw (peildatum 1 januari 2026). Wanneer een werkende onder dit tarief stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, ligt de bewijslast bij de opdrachtgever om aan te tonen dat daarvan géén sprake is. Dit vraagt in de praktijk om extra aandacht bij de inzet van zelfstandigen tegen lagere tarieven. In dergelijke situaties wordt de bewijspositie van opdrachtgevers aanzienlijk zwaarder. De invoering van dit rechtsvermoeden wordt verwacht per 31 augustus 2026.

Extern ondernemerschap speelt een grotere rol

Uit recente rechtspraak (Uber-arrest) volgt dat ook het ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke opdracht nadrukkelijk wordt meegewogen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:

  • Het aantal opdrachtgevers;
  • De mate van zelfstandige acquisitie;
  • Het dragen van ondernemersrisico;
  • De wijze waarop de werkende zich als ondernemer profileert.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat niet alleen de contractuele afspraken, maar ook het bredere ondernemerschap van de zelfstandige relevant is voor de juridische beoordeling.

Vooruitblik: Zelfstandigenwet

Zoals tijdens onze online lezing behandeld werd, werkt het kabinet aan een Zelfstandigenwet die naar verwachting niet eerder dan 2028 wordt ingevoerd. Het doel van deze wet is om vooraf duidelijker vast te leggen wanneer sprake is van zelfstandig ondernemerschap en welke verantwoordelijkheden bij zelfstandigen zelf horen, bijvoorbeeld ten aanzien van arbeidsongeschiktheid en pensioen. Deze ontwikkeling kan op termijn aanzienlijke gevolgen hebben voor de inzet van zelfstandigen.

Handhaving blijft uitgangspunt

Het kabinet heeft bevestigd dat handhaving op schijnzelfstandigheid structureel wordt voortgezet. Een terugkeer naar een handhavingsmoratorium zoals we eerder hebben gehad is nadrukkelijk niet aan de orde. Voor opdrachtgevers betekent dit dat controles en correcties onderdeel blijven van het juridische speelveld. Het is daarom van belang dat samenwerkingen met zelfstandigen inhoudelijk goed zijn ingericht en gedocumenteerd.

Wat betekent dit concreet voor opdrachtgevers?

De recente ontwikkelingen brengen vooral verduidelijking, maar geen versoepeling. De juridische risico’s rond de inzet van zelfstandigen blijven aanwezig. Het verdient dan ook aanbeveling om:

  • Bestaande samenwerkingen met zelfstandigen periodiek te beoordelen;
  • Extra aandacht te besteden aan opdrachten onder het uurtarief van € 38;
  • Te zorgen dat het ondernemerschap van de zelfstandige aantoonbaar aanwezig is;
  • Contracten en werkprocessen af te stemmen op de actuele jurisprudentie;
  • De verdere ontwikkeling van de Zelfstandigenwet actief te volgen.

Conclusie

De inzet van zelfstandigen blijft mogelijk, maar vereist een steeds zorgvuldiger aanpak. Met name de invoering van het rechtsvermoeden onder € 38 per uur en de voortdurende handhaving maken dat opdrachtgevers hun werkwijze tijdig moeten herzien. Door bestaande samenwerkingen kritisch te beoordelen en waar nodig aan te passen, kunnen juridische risico’s en discussies achteraf zoveel mogelijk worden beperkt.

Heeft u vragen over de inzet van ZZP’ers binnen uw organisatie? Of wilt u laten toetsen of bestaande samenwerkingen met zelfstandigen voldoen aan de actuele wet- en regelgeving? Neem contact op met Keizersgracht Ray Advocaten via 088-2342000 of info@keizersgrachtray.nl. Wij adviseren u graag.