Kennisbank

De belangrijkste arbeidsrechtelijke ontwikkelingen voor werkgevers

Tijdens Prinsjesdag 2026 presenteerde het minderheidskabinet-Jetten zijn eerste Miljoenennota en Rijksbegroting. Voor werkgevers bevestigen de Prinsjesdagstukken een aantal belangrijke arbeidsrechtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren. Sommige wijzigingen zijn inmiddels definitief vastgesteld, terwijl andere voorstellen nog in behandeling of voorbereiding zijn. Hieronder zetten wij de belangrijkste ontwikkelingen voor u uiteen.

  1. Ziekte en re-integratie: verplichtingen in het mkb werkbaarder gemaakt

De verplichtingen rond langdurig ziek personeel blijven een hardnekkige bron van zorg en onzekerheid voor werkgevers. Het kabinet stelt daarom twee maatregelen voor om de uitvoering in de eerste twee ziektejaren werkbaarder te maken:

  • Direct de focus op het tweede spoor: Kleine en middelgrote werkgevers krijgen de mogelijkheid om de re-integratie in het tweede ziektejaar primair te richten op werkhervatting bij een andere werkgever. Daarvoor is wel schriftelijke instemming van de werknemer of toestemming van UWV vereist.
  • Advies bedrijfsarts leidend bij UWV-toets: Om het risico op onverwachte loonsancties te verkleinen, is het voornemen dat het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid leidend moet worden bij de beoordeling van het re-integratieverslag door UWV. Dit moet werkgevers die varen op het medisch oordeel van de bedrijfsarts vooraf meer rechtszekerheid bieden.
  1. De financiële keerzijde: afschaffing compensatieregeling transitievergoeding uitgesteld tot 2028

Waar het kabinet tijdens de ziekteperiode voor procesmatige verlichting zorgt, dreigt aan het einde van de rit juist een zware financiële tegenvaller:

  • Compensatie verdwijnt alsnog: Het kabinet houdt vast aan het voornemen om de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid te schrappen. Dit betekent dat werkgevers na 104 weken loondoorbetaling en re-integratiekosten straks de transitievergoeding volledig voor eigen rekening moeten nemen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op compensatie door UWV.
  • Eén jaar uitstel (1 januari 2028): De oorspronkelijk voorziene wijziging per 1 januari 2027 is met een jaar uitgesteld. Het kabinet streeft nu naar inwerkingtreding per 1 januari 2028. Volgens het thans voorziene overgangsrecht blijft compensatie mogelijk als de termijn van twee jaar arbeidsongeschiktheid vóór de inwerkingtreding is verstreken. De wetswijziging moet nog door het parlement worden aangenomen.

 

  1. Zzp’ers en schijnzelfstandigheid: Zelfstandigenwet op komst

Het kabinet zet de strijd tegen schijnzelfstandigheid onverminderd voort en werkt aan een nieuw wettelijk kader: de Zelfstandigenwet.

  • Het doel: De wet moet een gelijker speelveld tussen contractvormen creëren, effectiever handhaven en vooral vooraf helderheid bieden over wanneer een opdracht buiten dienstbetrekking mag worden uitgevoerd. Naast deze wet wordt schijnzelfstandigheid aangepakt via een wettelijk rechtsvermoeden van werknemerschap.
  • De planning: Het kabinet wil het wetsvoorstel vóór de zomer van 2027 indienen bij de Tweede Kamer.
  • Praktijktip: Wacht de wetsbehandeling niet af. De Belastingdienst controleert inmiddels weer volop op schijnzelfstandigheid. De feitelijke situatie op de werkvloer (zoals gezagsverhouding, instructiebevoegdheid en organisatorische inbedding) is daarbij nu al doorslaggevend.

 

  1. Flexibel werk: Wet Meer zekerheid flexwerkers grotendeels per 2028

De Wet meer zekerheid flexwerkers is inmiddels aangenomen. Het grootste deel van de nieuwe regels treedt op 1 januari 2028 in werking. Daarmee krijgen werkgevers nog enige tijd om zich voor te bereiden op onder meer de nieuwe regels voor oproepcontracten en de aangescherpte positie van flexwerkers.

  • Inhoud van het voorstel: Vanaf 1 januari 2028 worden nulurencontracten vervangen door bandbreedtecontracten. Daarin wordt er een minimum- en een maximumaantal uren afgesproken, waarbij het verschil maximaal 30% is.
  • Let op (Wtta per 1 januari 2027): De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) treedt gefaseerd in werking. Vanaf 1 januari 2027 start het nieuwe toelatingsstelsel en gelden onder meer aanvraag-, meld- en administratieverplichtingen. Het daadwerkelijke verbod om zonder toelating arbeidskrachten uit te lenen of van een niet-toegelaten uitlener in te lenen, treedt op 1 januari 2028 in werking. Vanaf dat moment gaat ook de Nederlandse Arbeidsinspectie daarop handhaven.

 

  1. Het concurrentiebeding op de schop

Een ontwikkeling die direct raakt aan uw contractmodellen is de modernisering van het concurrentiebeding. Het wetsvoorstel wordt eind 2026 of begin 2027 bij de Tweede Kamer ingediend. Het kabinet wil het wijdverbreide gebruik van het beding wettelijk fors inperken om de arbeidsmobiliteit te bevorderen. Verwacht wordt dat bedingen nog maximaal 12 maanden mogen duren, het geografisch bereik moet worden afgebakend en dat een werkgever een wettelijke financiële vergoeding moet betalen zodra hij een vertrekkende werknemer daadwerkelijk aan het beding wil houden.

Tot slot

De komende jaren verandert er op meerdere fronten veel voor werkgevers. Sommige wijzigingen treden al eind 2026 of in 2027 in werking, terwijl andere maatregelen voor 2028 of later zijn voorzien. De regels rond flexwerk, zzp-inhuur, langdurige arbeidsongeschiktheid, het inlenen van personeel en het concurrentiebeding vragen daarom om tijdige voorbereiding.

Wilt u weten wat deze ontwikkelingen concreet betekenen voor uw bedrijf of wilt u uw beleid hierop afstemmen? Neem contact op met Keizersgracht Ray Advocaten via 088-2342000 of info@keizersgrachtray.nl voor praktisch advies op maat.