Is er een einde aan de onduidelijkheid?
Veel ondernemers krijgen er vroeg of laat mee te maken: een werknemer die na twee jaar ziekte niet kan terugkeren. Op dat moment stopt uw wettelijke loondoorbetalingsplicht, maar de arbeidsovereenkomst blijft formeel vaak nog bestaan. Er ontstaat dan een zogenoemd ‘slapend dienstverband’.
In een eerdere nieuwsbrief berichtten wij u over de ongunstige wending in de rechtspraak rondom de opbouw van vakantiedagen tijdens deze periode. In de zogenoemde Wega Machinefabriek-zaak oordeelde de rechter namelijk dat de Nederlandse wet moest wijken voor het Europese recht, waardoor zieke werknemers ook na twee jaar ziekte uren bleven opbouwen. De recente lijn in de jurisprudentie laat echter zien dat het tij lijkt te keren.
De discussie: Nederlands recht versus Europees recht
Volgens de Nederlandse wet (artikel 7:634 BW) bouwt een werknemer alleen vakantie op over de periode waarin hij recht heeft op loon. Omdat de loonplicht na 104 weken ziekte stopt, stopt volgens onze wet ook de vakantie-opbouw.
Echter, zoals de Wega Machinefabriek-zaak illustreerde, bestond er al langere tijd discussie of dit niet in strijd is met het Europese recht (artikel 31 lid 2 EU-Handvest). Waar voorheen werd geoordeeld dat de teller voor vakantie-uren onbeperkt door moest lopen, pakken recente uitspraken (zoals bij de kantonrechter Rotterdam, begin 2026) vaker uit in het voordeel van de werkgever.
Waarom geen opbouw na 104 weken?
De rechter hanteert in deze nieuwe zaken een logische en praktische redenering die aansluit bij de bedoeling van vakantiedagen:
- Geen werk, dus niets om van uit te rusten: Vakantie heeft een zogenaamde ‘recuperatiefunctie’: het is bedoeld om uit te rusten van de inspanningen van het werk of re-integratie. Na 104 weken ziekte heeft een werknemer geen re-integratieverplichtingen meer. Waar geen verplichting is om te werken, vervalt de noodzaak om uit te rusten.
- Voorkomen van ‘dubbele opbouw’: Een werknemer die na twee jaar ziekte een WIA- of WW-uitkering ontvangt, kan met behoud van die uitkering op vakantie gaan. De sociale zekerheid voorziet dus al in een vorm van ‘betaalde vakantie’. Het zou onredelijk zijn als de werkgever daarnaast nogmaals moet betalen voor vakantie-uren over diezelfde periode.
Wat betekent dit voor uw eindafrekening?
Financieel is dit een cruciaal punt. Hoewel de transitievergoeding na twee jaar ziekte doorgaans door het UWV wordt gecompenseerd, geldt dat niet voor de uitbetaling van vakantiedagen. Die kosten komen volledig voor rekening van de werkgever.
De recente rechtspraak biedt een gunstig perspectief om de eindafrekening te beperken tot de vakantie-uren uit de eerste twee ziektejaren. Dit kan een aanzienlijke besparing opleveren.
Let op: De Hoge Raad is aan zet
Ondanks de huidige koers in de rechtspraak blijft voorzichtigheid geboden. De kantonrechter Rotterdam is nu voornemens om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Dit betekent dat het hoogste rechtscollege in Nederland wordt gevraagd om definitief te bepalen of onze nationale wetgeving de Europese toets doorstaat.
Kortom: De huidige rechtspraak is gunstig voor de ondernemer, maar definitieve zekerheid volgt pas nadat de Hoge Raad de knoop heeft doorgehakt.
Vragen over vakantie-uren, slapende dienstverbanden of het opstellen van een arbeidsovereenkomst die bestand is tegen nieuwe wetgeving en Europees recht?
Keizersgracht Ray Advocaten ondersteunt ondernemers bij het opstellen van heldere arbeidsovereenkomsten, het actualiseren van contracten en in procedures over transitievergoedingen, vakantie-uren en slapende dienstverbanden.
Bel 088-2342000 of mail naar info@keizersgrachtray.nl voor een eerste juridische beoordeling.
